Redactie: Petra Frans, freelance redacteur
Wereldwijd neemt de vraag naar vlas sterk toe. De focus bij verwerkers ligt op grotere en geavanceerdere machines. Daarnaast kijken ze welke rassen ze het beste kunnen inzetten voor goede opbrengsten.
De afzetmogelijkheden voor vlas groeien wereldwijd snel. Dat komt voor een groot deel door ontwikkelingen in de mode. Grote modemerken moeten voldoen aan Europese regelgeving op duurzaam gebied en hebben daar ecotextiel voor nodig. Bij consumenten groeit het bewustzijn over verantwoorde kleding.
Daarnaast is er vanuit de ‘biobased’ hoek steeds meer interesse: naast vezelhennep is ook vlas een geschikt gewas als grondstof voor bouwmaterialen.
Groeiende vraag
De groeiende vraag maakt de teelt voor akkerbouwers aantrekkelijk. Vooral de lange vezels van goede kwaliteit kunnen een mooi saldo opleveren. Dat verschilt sterk, maar kan in gunstige gevallen oplopen tot € 7.000 per hectare.
Bovendien valt vlas onder de ecoregeling in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), waarvoor akkerbouwers een vergoeding kunnen krijgen. Daarnaast is het tarwesaldo momenteel niet concurrerend.
Deze ontwikkelingen ontgaan akkerbouwers niet. Sven Bruijns van Vlasbedrijf Bruijns in Sint Jansteen (Zld.) krijgt bijna dagelijks wel een telefoontje van een akkerbouwer met de vraag of hij vlas kan telen. Dat lukt lang niet altijd, want het bedrijf mag bijvoorbeeld niet te ver weg liggen.
“We kijken vooral of een perceel opbrengstpotentie heeft. Beregening is in de praktijk een belangrijke voorwaarde”, zegt Bruijns. “Dit jaar zit het areaal zo goed als vol. Alleen percelen in de buurt en onder beregening nemen we nog aan.”
Vlasverwerker Sven Bruijns (28) op een perceel wintervlas in Heikant. Hij teelt vlas in Zeeuws-Vlaanderen, Flevoland en Noord-Frankrijk.
Gemiddelde leeftijd is hoog
Toch vindt hij het een goede ontwikkeling dat akkerbouwers, en vooral ook jonge akkerbouwers, interesse hebben in het gewas. De gemiddelde leeftijd van de mensen die vlas telen is relatief hoog.
In Zeeuws-Vlaanderen verwerkt Bruijns de teelt van zeventig akkerbouwers. Zijn bedrijf regelt de oogst en de verwerking van het strovlas. De lange en korte vezels van goede kwaliteit zijn geschikt voor gebruik in de textielindustrie. Verder zijn de vezels geschikt voor verwerking in onder meer bouwmaterialen en papier.
Europees gezien is Nederland met een areaal van zo’n 3.000 hectare een kleine speler in vlas. Het Europese areaal telt 145.000 hectare, met Frankrijk en België als grootste producenten. Alleen al in Frankrijk telen akkerbouwers zo’n 116.000 hectare.
Toch laat in Nederland het areaal een flinke groei zien. Volgens gegevens van het CBS nam het areaal tussen 2022 en 2023 toe met bijna 20%. Zeeuws-Vlaanderen en West-Brabant zijn de belangrijkste teeltregio’s. Ook in Flevoland is er vlasteelt. Bruijns is naast Zeeuws-Vlaanderen actief in Noord-Frankrijk en Flevoland.
Vlasareaal Friesland breidt uit
Naast de traditionele gebieden ontstaat op meer plaatsen vlasteelt. Zoals langs de Friese Waddenkust, waar leden van Agrarisch Collectief Waadrâne bij wijze van proef drie jaar geleden begonnen met enkele percelen.
Vanaf dit jaar schaalt de teelt op naar 65 hectare, vertelt biologisch akkerbouwer en deelnemer Pyt Sipma. “We kunnen uitbreiden omdat we een eigen plukmachine hebben. We gaan nu in vier deelgebieden in Friesland en Groningen vlas telen”, zegt Sipma.
Het aantrekkelijke saldo speelt een grote rol, zegt hij. “De vraag neemt toe en er wordt nu ook beter betaald voor biobased toepassingen.”
Sipma streeft naar de opzet van een keten, maar dat valt nog niet mee. Boeren zijn meestal duurzamer bezig dan de consument, zegt hij, wat een goed verdienmodel realiseren lastig maakt.
Daarnaast is de teelt niet zonder risico’s. “Vorig jaar konden we pas laat zaaien en vanwege de natte omstandigheden de helft niet oogsten. Dat gold voor meer gewassen, maar toch. Het is geen supermakkelijk gewas.”
Slag in verwerking
Terwijl de interesse groeit, is in de verwerking een slag nodig, zegt Bruijns. Hij loopt onder meer tegen personeelstekorten aan en het is lastig nieuwe mensen te vinden. Het zijn met name zestigers die de oogst verwerken. Die generatie gaat met pensioen, legt Bruijns uit.
Wie personeel zoekt, komt al snel bij arbeidsmigranten terecht. Maar het werken is specialistisch en de machines die onder meer vlas zwingelen, zouden eigenlijk veiliger moeten worden, zegt hij.
Naast Bruijns zijn er in Nederland nog enkele vlaswerkers, waaronder Van de Bilt Zaden en Vlas in Sluiskil (Zld.). Dit bedrijf contracteert vlasteelt in een ruime driehoek van Emmeloord tot Rouen en Reims in Frankrijk en houdt zich bezig met veredeling en zaaizaadvermeerdering.
Ook bij Van de Bilt zien ze de vraag naar vlas de afgelopen jaren toenemen en machinaal gezien is het soms lastig dat bij te benen. “Het aanbod is de beperkende factor”, zegt directeur Eugenie van de Bilt.
Er is vraag van telers, het areaal is vol. Maar het gewas moet vervolgens ook kunnen worden geoogst en verwerkt. Van de Bilt heeft niet zozeer personeelstekorten, maar moet wel constant letten op voldoende mogelijkheden voor verwerking.
“Er zijn steeds meer machines nodig, waar een levertijd op zit van een jaar”, zegt Van de Bilt. “Ook dit jaar komen er weer nieuwe machines bij, zoals een plukmachine en een rolperser, die vorig jaar zijn besteld en nu worden uitgeleverd.”
Machines kunnen steeds grotere volumes aan. Als de capaciteit op het veld toeneemt, kunnen er in de fabriek meer hectares worden verwerkt. Er wordt ook gewerkt met nachtploegen.
Winter- versus zomervlas
Bruijns ziet veel perspectief voor wintervlas. De verwachting op langere termijn is dat droge zomers en milde winters doorzetten. Die klimaatomstandigheden zijn gunstig voor wintervlas, vooral voor de kustgebieden.
Bruijns gaat ervan uit dat hij in de toekomst 80% wintervlas en 20% zomervlas teelt.
Maar dit jaar zal veel vlas zomervlas zijn. Het zaaien van wintervlas moest afgelopen najaar onder zeer natte omstandigheden gebeuren. Daardoor kon uiteindelijk 70% worden gezaaid, zegt Bruijns.
Hij voorziet niettemin dat wintervlas, nu nog goed voor 20% van het Europese vlasareaal, verder groeit. Zeker bij droge zomers en minder mogelijkheden voor beregening.
Wintervlas is gevoeliger voor vorstschade, al valt dit volgens Bruijns mee. “Ik teel Franse rassen en daar valt goed mee te werken. Olga doet het wat minder met de vorst, Jade doet het zeer goed.” Wel zat dit jaar venijn in de combinatie vorst na een natte periode, zegt Bruijns.
Bij Van de Bilt heeft ongeveer de helft van de percelen die zijn ingezaaid met wintervlas vorstschade, vertelt Eugenie van de Bilt. “De wintervlasrassen komen uit Normandië en hebben een koudetolerantie maar zijn niet erg vorstbestendig.”
Het bedrijf werkt aan rassen die beter zijn afgestemd op het Nederlandse klimaat.
Opbrengst Europa 40% lager dan jaar eerder
Zomervlas heeft volgens Van de Bilt nog steeds goede papieren, ondanks een mindere opbrengst vorig jaar. Terwijl wintervlas profiteerde van regen tijdens de groei in het voorjaar, zorgde dat bij zomervlas juist voor slechte zaaiomstandigheden.
Dat leidde ertoe dat wintervlas hoge opbrengsten opleverde, terwijl zomervlas achterbleef. Europees gezien was de opbrengst zo’n 40% lager dan een jaar eerder.
Toch deed het Nederlandse zomervlas het ten opzichte van de andere producerende landen nog redelijk, nuanceert Van de Bilt. Hier zijn meer kilo’s lange vezels geoogst ten opzichte van andere landen. De koelere omstandigheden in Nederland tijdens de zomer speelden daar vermoedelijk een rol bij.
Voor komend seizoen hoopt Van de Bilt op betere oogsten van zomervlas. “Er zijn weinig tot geen voorraden stro, lange vezels of garen. Voor een weerbare keten is het goed als er weer een mooie oogst komt en de voorraden worden aangevuld.”
‘Mooie aanvulling op een gezonde teeltrotatie’
Vier jaar geleden teelde Jos van Duyse voor het eerst vlas: zomervlas op een perceel waar vroeg gerooide bieten op hadden gestaan.
“Geen ideale situatie, maar omdat ik nog twee keer heb beregend leverde het uiteindelijk toch mooie saldo’s op”, vertelt de akkerbouwer.
Jos van Duyse (32) is akkerbouwer in Nieuw-Namen (Zld.) en teelt op 150 hectare consumptie- en pootaardappelen, gele en rode zaaiui, suikerbieten, bruine bonen, tarwe, wortelen en vlas. Dit jaar teelt hij op 18,5 hectare wintervlas. Het aantal hectares zomervlas staat nog niet vast.
Het jaar erna pakte hij het anders aan: toen teelde hij zomervlas achter graszaad, op mooie zachte grond. Dat leverde een goed resultaat op. Zo leert Van Duyse steeds bij over hoe hij zo goed mogelijk vlas kan telen.
De vlasteelt vindt hij interessant vanwege de hoge saldo’s. “De vraag blijft groot en de prijzen lopen op”, legt hij uit. “De teelt vraagt weinig input en is een mooie aanvulling op een gezonde teeltrotatie.”
Afgelopen najaar zaaide Van Duyse wintervlas in, net voordat een lange regenperiode aanbrak. “Ik heb er prioriteit aan gegeven en in oktober een aantal opeenvolgende dagen goed kunnen zaaien. De vlas heeft wel een tikje van de vorst gehad, maar als het nu vorstvrij blijft moet het wel goedkomen.”
Hij vindt de teelt goed te doen, al zijn er wel punten van aandacht. Goed vlak zaaien en niet te diep, bijvoorbeeld. Daarna een bodemherbicide en kunstmest toepassen. In het voorjaar zijn nog een stikstofgift en soms onkruidbestrijding nodig.
Met de insectendruk valt het mee, vindt hij. “Het voordeel is dat vlas in het najaar weinig last heeft van insecten, in het voorjaar moet je er soms nog wel tegen spuiten.”
Van Duyse heeft met Sven Bruijns een deelbouwcontract. Daar is hij tevreden over. “De kosten van oogst en verwerking liggen bij Sven, zelf betaal ik de grond- en teeltkosten. De vlas gaat bij Sven in opslag. Met hem overleg ik over het juiste moment van verkopen.”
