Verslag van de graszaadbijeenkomst te Melle op 4 oktober 2019 om 14

1.Verloop van het graszaadseizoen, ervaringen en bespreking.

De voorzitter heet iedereen welkom. De aanwezigen beamen dat het een goed seizoen was met hoge opbrengsten en goede kwaliteit. Hoge opbrengsten worden vooral genoteerd op vochthoudende gronden. Het enige storende element is het dauwprobleem maar dit wordt in toenemende mate opgelost door een uur voor het maaien de teelt te besproeien met water. Met aangepast materieel is het mogelijk om 850 l/ha te spuiten à 5 km/u. De capaciteit van de pomp op de sproeier is meestal de beperkende factor. Voor grotere percelen kan door het aanvoeren van het water met een watertank de capaciteit van de sproeiwerken aanzienlijk verhoogd worden. Dit vergt wel supplemantaire chauffeurs. Eén voor de sproeier, voor de watertank en één voor de maaier. Er wordt niet gewacht om te maaien en er wordt gestart vanaf 24u. De ervaring leert dat bij heel weinig dauw het spuiten van 850 l water/ha voldoende is. Wanneer er helemaal geen dauw is, is het wenselijk de bespuiting één of twee keer te herhalen. Er zijn goede ervaringen met de toevoeging van 2l/ha plantaardige olie. Door vermindering van de oppervlaktespanning hecht het water zich beter aan de plant en zo te horen blijft het water ook langer hangen. De spoorschade is miniem. De vraag wordt gesteld of het gebruik van olie invloed heeft op het graszaadstro?

De vorige keer werd de vraag gesteld wat de invloed is van het maaitijdstip op de zaadopbrengst ?Johan bezorgde ons het overzicht van de uitgevoerde proeven in 1998,1999 en 2000. We hebben er alle belang bij om op het visueel optimale maaitijdstip te maaien wat overeenstemt met 32 tot 34 % vochtgehalte bij het maaien  In normale omstandigheden gaf 3 dagen te vroeg maaien een opbrengstdaling van 100 kg/ha .3 dagen te laat maaien gaf een opbrengstdaling van  200kg tot 300kg/ha . Planning is moeilijk en er wordt verwezen naar websites waarmee via temperatuurverschil het dauwpunt te voorzien is www.yr.no en mogelijk ook via een betalende dienst van de BDB

2.Gemiddelde opbrengsten van Italiaans-en Engels raaigras        Opbrengsten van Italiaans raaigras in de zware grond situeren zich op 20 % boven het 5 jarig gemiddelde en op basis van 1 miljoen kg bedraagt het gemiddelde 1762 kg/ha.                                 Vorig jaar was de gemiddelde opbrengst 1550 kg/ha. Voorlopig ziet het er naar uit dat 65% van de bedrijven  een opbrengst behalen beneden het gemiddelde en 35% situeren zich boven dit gemiddelde. Dit betekent dat er nog heel wat mogelijkheden zijn voor een doorgedreven advisering en samenwerking met alle actoren. We willen graag onze bijdrage leveren

Vooral in Engels raaigras is de variatie groot ,maar ook bij het Italiaans raaigras. Tweede jaars Italiaans valt tegen en de muizenschade wordt in toenemende mate een probleem ,mede veroorzaakt door de droge winters en het overleven van de muizen in de beheersovereenkomsten en de perceelranden

3. Vraag naar graszaad, marktpositie binnen Europa en rentabiliteit in België.

De vraag is groter dan het aanbod en er is praktisch geen stock De droogte met herzaai en behoefte aan gras bij de melkveehouders en de milieuproblematiek spelen mee in de vraag naar graszaad Het bestaande klienteel vraagt meer en er zijn nieuwe klanten De opbrengsten in het Oosten van Europa en in Polen (~11.000 ha) waren minder goed.

Italiaans raaigras : 3619 ha in Tsjechië en 7284 ha in Polen

Engels raaigras : 1077 ha in Tsjechië en 10000 ha in Polen

In Denemarken waren de opbrengsten goed tot zeer goed

De overige oppervlakten in Europa zijn terug te vinden in het meegestuurde overzicht of op de website van Agrisemza :www.agrisemza.be

Uit de boekhoudkundige cijfers blijkt dat de gewichtsopbrengst in 2018 gemiddeld was ,dat de verkoopprijs iets hoger was dan het vorige jaar ,dat de variabele kosten gestegen waren met € 80/ha en dat het saldo identiek was als voor wintertarwe .Koen en Johan bevestigen dat de gemiddelde opbrengsten uit de boekhouding toch aan de lage kant zijn. De rentabiliteit  van graszaad zit in de lift rekening houdend met gemiddeld hogere opbrengsten in 2019 en nog een hogere prijs.

4. Aanwending van graszaadpercelen voor de EAG.

Voor het vierde opeenvolgende jaar is er mogelijkheid om dit jaar ingezaaid graszaad te laten  meetellen voor de oppervlakte E.A.G. In 2018 waren er 98 landbouwers met een areaal van 674 ha die gebruik maakten van deze regeling .Heeft vele voordelen.Zie de website van Agrisemza

 5.Mogelijke proefobjecten voor graszaad in 2020 en eventueel project LCG.

Er ontstaat een levendige discussie bij allerlei voorstellen voor proeven het komende jaar Er wordt van gedachte gewisseld over het negatieve invloed van tweedejaars bij Italiaans raaigras en zo te horen is 30% van het areaal tweedejaars .Iedereen is akkoord dat de opbrengst tot 500 kg/ha lager ligt ,maar toch zijn er blijkbaar argumenten waarom het toch zoveel voorkomt Geen zaad- en geen bewerkingskosten ,zeker waar het grotendeels in loonwerk gebeurt .Blijft het risico op een goede opkomst als gevolg van de moeilijkheden om een passend zaaibed klaar te krijgen vooral in De Polders Slakkenschade speelt ook mee De onkruidbestrijding in Engels raaigras wordt een probleem omdat de erkenning van bepaalde A.S. verdwijnt.

De spreiding van de zaadopbrengst is nog veel te groot en de mediaan schuift op naar rechts maar ieder jaar zijn het dezelfde bedrijven die ver beneden het gemiddelde liggen. Er zijn diverse oorzaken waarom de max opbrengst niet gehaald wordt en men denkt hierbij aan de teelttechniek in de brede zin van het woord en uiteindelijk o.a. aan zaadverlies bij het maaien en vooral bij het dorsen. Er is een voorstel om de problematiek voor te leggen voor een onderzoeksproject voor een eindwerk van een bachelor-student                                                                 Er was belangstelling om in een proef na te gaan wat het verschil is tussen een zeer verzorgde  en een gangbare teelttechniek ,maar dit is moeilijk uitvoerbaar .

Er wordt voorgesteld dat Agrisemza in samenwerking met de firma’s en ILVO een volledige fiche maakt met de beste teelttechniek om te slagen

Uiteindelijk wordt er gekozen voor een proef ter vergelijking van de aanwending van sporenelementen .Overleg is nog nodig tussen ILVO en Pregras en om de proef in te dienen bij het LCG is een volledige beschrijving nodig vóór einde februari

De voorzitter dankt iedere deelnemer voor de constructieve gedachtewisseling en de vergadering wordt besloten om 16u15.

Wil je de nieuwsbrieven lezen in de toekomst?
We respecteren uw privacy!
Indien u reeds onze nieuwsbrief ontving,
krijgt u geen verder bericht.